Rinske Van Noortwijk•4 jaar geleden Dit hoofdstuk gaat over de de principes waaronder college, raad, gemeente en stad samenwerken. Het is niet meer dan deze tijd, om te verwachten dat de gemeente alle problemen van Culemborg oplost. Dat de gemeente alles regelt en betaalt. Dat verwachten mensen helemaal niet meer. Toch ademt dit hoofdstuk deze gedachte. In deze tijd is het nodig dat de gemeente de problemen van de stad deelt met de inwoners en bedrijven (niet de oplossingen), zodat we samen naar oplossingen werken. Het woord 'participatie' heeft de connotatie: 'wij gemeente hebben de oplossing en vragen jullie om mee te doen of naar draagvlak voor ons antwoord'. Maar is het omgekeerde niet net zo waar? De samenleving werkt eveneens aan maatschappelijke vraagstukken (en zou dat vaker willen, kijk bijv naar het proces van 'bezuinigen met de stad', olv Joop Hofman ea, maar kijk ook naar allerlei sociaal ondernemers). Zij vraagt de gemeente daarin te participeren. Kortom we trekken gelijkwaardig samen op. Het woord samenwerken past beter dan participatie, omdat het meer gelijkwaardig en wederkerig klinkt.Dit kan overigens alleen , als we fouten mogen maken. Als niemand risico's durft te nemen, dan gaat de samenwerking mank. Want als je gelijkwaardig samenwerkt, heb je niet alles in de hand. Fouten maken en 'niet weten hoe het moet', moet misschien wel gepromoot worden, zodat mensen verleid worden om uit hun systeemhokjes te komen. Pas dan gaan we problemen heel anders aanpakken (en financieren), op een manier die in lijn is met transitiedenken. Dit vraagt ook een andere rol van de journalistiek. Niet een journalistiek van blamen en shamen, maar van beschrijven van zoektochten.